Het renterisico is minimaal doordat we een risiconorm voor financiering hanteren en alert zijn op rente ontwikkelingen.
De Wet financiering decentrale overheden (FIDO) schrijft een renterisiconorm voor. Het doel van de renterisiconorm is het beperken van de gevolgen van een stijgende rente voor langlopende geldleningen. Dit houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en effecten van een aangepaste rente niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal.
Renterisiconorm | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |
|---|---|---|---|---|---|
Berekening norm | |||||
- Totaal lasten | 116.446 | 98.898 | 98.201 | 99.567 | |
- Renterisiconorm 20% | 23.289 | 19.780 | 19.640 | 19.913 | |
Renterisico's | |||||
- Aflossingen | 3.717 | 2.592 | 2.217 | 2.217 | |
- Renteherzieningen | - | - | - | - | |
Ruimte onder de norm | 19.573 | 17.188 | 17.424 | 17.697 |
Uit bovenstaand overzicht blijkt dat het renterisico in alle begrote jaren onder de norm blijft.
Het overzicht financiering per 1 januari 2027 tot en met 2030 is zichtbaar in onderstaande tabel. Uit onderstaand overzicht blijkt een geprognosticeerd financieringstekort voor de jaren 2027 tot en met 2030. Indien ook op rekeningbasis een tekort blijkt, gaan we langlopende leningen afsluiten.
Financieringstekort | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |
|---|---|---|---|---|---|
Boekwaarde alle activa | 120.233 | 118.264 | 115.744 | 113.507 | |
Af: | |||||
Boekwaarde reserves/voorzieningen* | 46.819 | 47.603 | 48.168 | 48.835 | |
Boekwaarde geldleningen | 68.888 | 65.171 | 62.579 | 60.362 | |
Totaal af: | 115.706 | 112.774 | 110.747 | 109.197 | |
Totaal financieringstekort | 4.527 | 5.490 | 4.997 | 4.310 | |
Rentelasten | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |
Reserves (0%) | - | - | - | - | |
Geldleningen | 1.990 | 1.919 | 1.857 | 1.794 | |
Financieringstekort (3,50%) | 158 | 192 | 175 | 151 | |
(bij overschot 2%) | |||||
Totale rente | 2.148 | 2.111 | 2.031 | 1.945 | |
Renteomslagpercentage | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |
Boekwaarde Model C | 120.233 | 118.264 | 115.744 | 113.507 | |
Totale rente | 2.148 | 2.111 | 2.031 | 1.945 | |
Renteomslagpercentage | 1,79% | 1,79% | 1,76% | 1,71% | |
*Het uitgangspunt voor de boekwaarde van de reserves/voorzieningen is voorafgaand aan wijzigingen vanuit de bestuurlijke voorstellen. In deze begroting resulteren de bestuurlijke voorstellen in een onttrekking uit de VAR van € 3.794.128 en een storting in de bestemmingsreserve NSL van € 600.000 | |||||
De kasgeldlimiet kan als volgt worden berekend:
Kasgeldlimiet | Kwartaal 1 | Kwartaal 2 | Kwartaal 3 | Kwartaal 4 | |
|---|---|---|---|---|---|
Toegestane kasgeldlimiet | |||||
- in percentage | 8,5% | 8,5% | 8,5% | 8,5% | |
- in bedrag | a | 2.474 | 2.474 | 2.474 | 2.474 |
Vlottende schulden | |||||
b | -6.898 | -6.898 | -6.898 | -6.898 | |
Vlottende middelen | |||||
c | 5.766 | 5.766 | 5.766 | 5.766 | |
Verwacht financieringstekort | |||||
d=c+b | -1.132 | -1.132 | -1.132 | -1.132 | |
Ruimte (+) / | |||||
e=a+d | 1.343 | 1.343 | 1.343 | 1.343 |
Toelichting
1. Om een grens te stellen aan kortlopende leningen is in de wet FIDO de kasgeldlimiet opgenomen. Dit is een belangrijk uitgangspunt om grote fluctuaties in de rentelasten van overheden te vermijden. De kasgeldlimiet is begrensd op 8,5% van de totale lasten. Voor 2027 betekent dit een kasgeldlimiet van afgerond € 9,9 miljoen. Dit is afgerond € 2,5 miljoen per kwartaal. Dit is de norm.
2. Voor 2027 is een financieringstekort geraamd van € 4,5 miljoen, dit is afgerond € 1,1 miljoen per kwartaal.
3. Het financieringstekort wordt berekend door de vlottende middelen te verminderen met de vlottende middelen.
4. In bovengenoemde tabellen zijn we uitgegaan van een opgenomen langlopende lening in het eerste kwartaal 2026 van € 32 miljoen en van € 10 miljoen om aan de wet FIDO te kunnen blijven voldoen.
Geconcludeerd kan worden uit bovenstaand overzicht dat we verwachten dat de kasgeldlimiet in 2027 niet wordt overschreden.
Het kredietrisico is minimaal; we wegen maatschappelijk effect en kredietwaardigheid af.
Door de gemeente zijn langlopende geldleningen verstrekt. Dit zijn leningen die zijn verstrekt met het oog op volkshuisvesting, duurzaamheid, klimaat en het toekomstbestendig maken van woningen. De gelden zijn in beheer gestort bij de stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse Gemeenten (SVN). Daarnaast zijn er geldleningen verstrekt aan ambtenaren, op basis van vastgestelde arbeidsvoorwaarden. Het risico dat de gemeente loopt bij de uitstaande geldleningen, kan als minimaal worden beschouwd.
De gemeente is zeer terughoudend in het verstrekken van deze kredieten. Onze steekwoorden bij het verstrekken van een krediet zijn:
1. In principe niet;
2. Maatschappelijk belang;
3. Onderzoek kredietwaardigheid;
4. Zekerheden en garanties;
5. > 50.000 Þ raad;
6. Geen speculatie.
Het liquiditeitsrisico is minimaal door een financiële planning en de kredietfaciliteiten bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG).
Kosten en baten worden zo goed mogelijk op elkaar afgestemd zodat we altijd aan onze betalingsverplichtingen kunnen voldoen. Als we teveel geld in onze portemonnee hebben kunnen we geld onderbrengen bij het Rijk (schatkistbankieren). Dit is wettelijk verplicht. Bij een tekort aan middelen kunnen we kortlopende leningen afsluiten.
De oninbare vorderingen dekken we af met een voorziening. De gemeente heeft vorderingen op diverse personen, bedrijven en instellingen. Er is sprake van een adequaat invorderingsproces bij niet tijdige betalingen, van aanmaningen tot en met dwangbevelen. De niet tijdige betalingen worden eerst als dubieus aangemerkt. Indien dubieuze vorderingen oninbaar blijken te zijn worden deze vorderingen ten laste van een voorziening gebracht.
